Wilnest


Historie

Het begin
Het kunststof nestkastje van Jan de Wilde bleek vooral een ideaal onderkomen te zijn voor holenbroeders. In 1969 werden 300 kastjes opgehangen in de bossen bij Ommen en IJhorst. In het volgende voorjaar bleken maar liefst 241 van de kastjes bewoond te zijn. In 114 kastjes werd genesteld door de bonte vliegenvanger, die op dat moment juist wat zeldzamer begon te worden. Voor deze vogelsoort was het kunststof kastje dus in ieder geval een vondst.

Enorme vlucht
In 1970 hingen er al 1000 nestkastjes in de bossen van Appelscha, Echten, Leeuwarden, Ommen, Staphorst, IJhorst, De Wijk en Zuidwolde. Niet minder dan 760 ervan bleken het volgende voorjaar bewoond, met wederom een opvallend grote vertegenwoordiging van de bonte vliegenvanger: 294 paartjes hadden in een kunststof kastje genesteld. Sindsdien nam het kunststof nestkastje van Jan de Wilde helemaal een enorme vlucht. In 1973 hingen er alleen in Nederland al 30.000 en werden er ook nog eens vele naar het buitenland geëxporteerd.

De inbreng van Bert Blaauw
Na zijn oorspronkelijke ‘uitvinding’ had Jan de Wilde overigens al snel hulp gekregen van Bert Blaauw uit IJhorst, rayoncommandant van de rijkspolitie en een groot vogelliefhebber. Mede dankzij diens inbreng kreeg het nestkastje de vorm die vele ‘vogelaars’ zich tot op de dag van vandaag herinneren. Blaauw begon ooit met enkele tientallen kastjes in de grote bossen rond zijn woonplaats. Zijn experimenten leidde ertoe dat het kastje aan de achter- en bovenkant werd voorzien van ventilatiegaatjes om vochtafzetting door condens tegen te gaan. Verder werd in de bodem een gaatje aangebracht om eventueel overtollig vocht af te voeren. En om de nesten te beschermen tegen eekhoorns en andere indringers, kon het schuifdakje pas geopend worden als het nestkastje van de boom was gehaald.

Kunststof redt jonge vogels
Het was ook Bert Blaauw die met zijn vele inspanningen uiteindelijk steeds meer mensen ervan wist te overtuigen dat kunststof nestkastjes duidelijke voordelen bieden ten opzicht van houten kastjes. Naast degelijkheid, duurzaamheid en optimale ventilatie kwam daar nog een belangrijk pluspunt bij: door de gladde binnenwand van het kunststof nachtkastje bleven de jonge vogels langer op het nest; ze konden moeilijker omhoog klimmen. Daardoor vlogen ze pas uit op het moment dat ze daar ook echt klaar voor waren. Het staat vast dat hierdoor veel prille vogellevens zijn gespaard... Klik hier voor een uitgebreid interview met Bert Blaauw