Wilnest


"Omgaan met dieren is heel leerzaam"

Vogelbeschermer Bert Blaauw al zo’n 40 jaar bezig met kunststof nestkastjes
“Omgaan met dieren is heel leerzaam”

Bert Blaauw (86) is een oudgediende in de vogelbescherming. De voormalige Commandant van de Rijkspolitie is al zijn leven lang in de weer met nestkastjes. Tot op de dag van vandaag heeft hij in diverse bossen honderden kastjes hangen, die hij ook nog met vaste regelmaat gaat inspecteren. In 1968 kwam Blaauw in contact met Jan de Wilde, die toen druk bezig was met de ontwikkeling van het kunststof nestkastje dat uiteindelijk zou leiden tot het Wilnest vogelhuisje. Een gesprek met een bevlogen vogelman, die het uiteindelijk zelfs schopte tot coördinator van de landelijke nestkastencontrole.

De eerste modellen
“Ik had in de jaren ’60 veel last van spechten die mijn houten nestkastjes beschadigden. Toen kreeg ik de tip om eens contact op te nemen met Jan de Wilde. Die was met een onverwoestbaar nestkastje van kunststof bezig. Er zijn toen 300 van die kastjes gemaakt, en die heb ik opgehangen in de boswachterij Staphorst. Maar die eerste modellen hadden wel een probleem. De dunne pijpjes van 110 millimeter leidden tot condensvorming, zelfs nadat er gaatjes in waren geboord. Daarom zijn we overgestapt op 125 millimeter, ook met condensgaten. Dat ging prima. Ik gebruik ze nog, ik heb er nog 150 hangen.”

Klimaatverandering
De eerste kastjes vielen vooral in de smaak bij de bonte vliegenvanger. Volgens Bert Blaauw had dat destijds al te maken met de klimaatverandering die dezer dagen zo veelbesproken is: “In de jaren ’60 zag je al dat de aarde steeds warmer werd. Daardoor kwamen de eiken eerder in blad en waren er eerder rupsen. De mezen waren er al, die hadden geen probleem. Maar de bonte vliegenvanger kwam pas later over uit Afrika. Die had dus minder tijd om te nestelen. Daarom was hij gek op onze kastjes. En nog steeds.”

Concurrentie
De vraag naar de nestkastjes van Jan de Wilde groeide gestaag, aldus Blaauw: “Jan verkocht ze zelf en ik verkocht ze voor Jan. Maar toen kwam Shell Wavin met iets wat ze de Shewa-kast noemden. Vrijwel een kopie van ons kastje. Maar ze deden alsof ze het zelf hadden bedacht en alsof een positief rapport over ons kastje ook op hen van toepassing was. Dat is nog een hele rel geworden. Op een gegeven moment ben ik er zelfs op een zondagmorgen over geïnterviewd voor de VARA-radio. Uiteindelijk werd aangetoond dat de Shewa-kast niet deugde. En daardoor kwam er weer een enorme vraag naar ónze kastjes. We hadden letterlijk duizenden bestellingen tegelijk.”

Experimenten
In de loop der jaren is er heel wat geëxperimenteerd met het kunststof nestkastje, zelfs met kleuren: “We hebben zelfs een gele gemaakt, om te kijken of vogels ook op kleuren reageren. Maar dat was niet zo. Uiteindelijk is de bruine overgebleven, omdat dat in het bos de beste camouflagekleur is. Deze kleur past het best in het bos.”

De keuze voor kunststof
Over de keuze voor kunststof als materiaal heeft Bert Blaauw geen twijfels: “Hout is ook goed, maar kwetsbaar. Dat geldt zelfs voor houtbeton, dat ook wel voor kastjes wordt gebruikt. Ik heb nog ergens een terrein waar zulke kastjes hangen. Ik kom daar elk jaar drie keer en zie dan echt dat de eekhoorns de kastjes kapot knagen. Er was zelfs een docent van de Universiteit Leiden, volgens mij heette hij Stam, die openlijk liet weten dat hij een voorstander van kunststof nestkastjes was. Kunststof heeft ook als voordeel dat het glad is. Daardoor kunnen andere dieren het niet aanpakken en kunnen de jongen niet voortijdig uitvliegen.”

De steenmarter

De steenmarter: een gevaarlijk beestHelaas is er één vijand waar zelfs het sterkste kunststof nestkastje nauwelijks tegen opgewassen is, moet Blaauw bekennen: “ De steenmarter. Dat is een geraffineerd beest. Hij weet precies in welk nest vogels zitten en waar niet. En als hij een nestkastje vindt waar een nest in zit, wipt hij het zo van de boom. Het enige wat je zou kunnen doen, is een soort ijzeren masker van kippengaas om het kastje heen maken. Of het kastje muurvast aan de boom schroeven, maar dan kun je het er zelf ook niet meer afhalen.”

Vogelwachten
De vogelliefde zat er bij Bert Blaauw al vroeg in: “ Ik ben opgegroeid in Nieuwe Pekela. Daar ging ik van jongs af aan altijd al de weilanden in. Ik was altijd in het veld, tussen de vogels. Maar toen is er een massale ontginning geweest. En daarna was het één grote stofbende, met alleen nog maar kraaien en mussen. Later ben ik verhuisd naar Friesland. Daar was het nog mooi en ongerept, met veel vogels. Ik heb daar in Friesland zelf drie vogelwachten opgericht, vooral om stropers te bestrijden en overlast door recreatie tegen te gaan. Dat is in de loop der jaren steeds belangrijker geworden; die groene jongens van Staatsbosbeheer zie je steeds minder. Maar vogelwachten zijn er ook om ervoor te zorgen dat vogels, vooral holenbroeders, meer nestruimte krijgen. In die oude bossen van tegenwoordig zit veel dood hout, en dus ook veel spechten. Die vernielen veel; je ziet bijna nooit meer een holenbroeder in een natuurlijk hol.”

Educatieve waarde
Volgens Bert Blaauw kan het contact met vogels – en dieren in het algemeen – voor de opvoeding van kinderen uiterst waardevol zijn: “Omgaan met dieren is heel leerzaam, en de grootste belhamels zijn vaak het best met dieren. Ik heb er ooit een uit een boom getrokken die bezig was een nest uit te halen. Die is later dierenarts geworden.”